Een sinterklaasgedicht schrijven dat niet mislukt
Mijn eerste sinterklaasgedicht kostte me twee avonden. Niet omdat ik geen tijd had, maar omdat ik per se wilde rijmen op de naam van mijn dochter en na een uur alleen nog uitkwam op “confetti” en “spaghetti”. Geen van beide had iets met haar te maken. Ik had een rijmwoord gevonden en een kind erbij verzonnen.
Het gedicht dat ik uiteindelijk voorlas was daardoor grappig om de verkeerde reden.

Waarop dit gebaseerd is
Dit is geen onderzoek. Er bestaat geen peer-reviewed studie naar de kwaliteit van sinterklaasgedichten, en als die er wel was zou ik hem wantrouwen. Wat hieronder staat is wat ik heb geleerd na een aantal jaar zelf gedichten schrijven voor mijn kinderen, inclusief de mislukkingen. Neem het als een guide van iemand die het al fout heeft gedaan, niet als een format.
Metrum: lees het hardop voor je het opschrijft
De meeste mislukte gedichten mankeren niet aan rijm, maar aan metrum. Een regel van acht lettergrepen naast een regel van twaalf leest hakkelig, ook al rijmen de laatste woorden perfect.
De simpelste controle: tel de lettergrepen van je eerste regel en houd dat aantal aan voor elke regel in hetzelfde couplet. Klopt dat niet, lees de regel dan hardop voor. Struikel je, dan struikelt Sinterklaas straks ook, en die moet het live voorlezen zonder oefenronde.
Rijmschema: aabb wint van abab
Kies aabb (twee rijmende regels, dan de volgende twee) in plaats van abab (om en om). Bij aabb hoef je maar twee woorden tegelijk te laten rijmen voor je verdergaat. Bij abab moet je twee rijmparen door elkaar heen laten kloppen, en dat is precies waar ik met “confetti” strandde: ik had mezelf met abab in een hoek gerijmd en moest een regel later nog een tweede woord op “-etti” vinden.
Begin je net, kies dan aabb. Het klinkt minder van een dichtbundel, maar het wordt wel af.

De klassieke fout: plagen in plaats van observeren
De meeste sinterklaasgedichten die niet landen, maken dezelfde fout: ze plagen in plaats van dat ze iets specifieks benoemen. “Jij bent altijd op je telefoon” is een grap die op elk kind past en daardoor op niemand. Een observatie werkt beter: het moment waarop dit kind dit jaar per ongeluk het konijn liet ontsnappen, de driftbui om de verkeerde kleur beker, de ene keer dat hij zijn zusje verdedigde op het schoolplein.
Dat is ook waarom mijn tweede gedicht wel werkte. Geen woordspeling, geen rijm dat vooropstond. Gewoon een moment uit het jaar, in twee regels, met de naam erin waar hij hoorde te staan.
Wanneer een gedicht niet het goede idee is
Onder een jaar of vier snapt een kind vaak nog niet wat een gedicht is, laat staan dat het een grapje over zichzelf herkent. Voor die leeftijd is een gedicht vooral voor de ouders leuk, niet voor het kind, en dat mag, zolang je het niet aan het kind zelf opdringt als hoogtepunt van de avond.
Ook voor gezinnen die zelf niet met Sinterklaas zijn opgegroeid, bijvoorbeeld na een verhuizing naar Nederland, is het gedicht een aangeleerde vorm zonder vanzelfsprekendheid. Niemand hoeft in het eerste jaar meteen een rijmend gedicht te produceren om ergens bij te horen.
En sommige kinderen houden simpelweg niet van in het middelpunt staan, ook niet met een compliment verpakt in rijm. Bij die kinderen werkt een kort, rustig voorgelezen briefje beter dan een gedicht dat om een lach vraagt.
Het alternatief: een kort verhaal in proza
Wil je geen rijm forceren, schrijf dan een kort verhaaltje in proza in plaats van een gedicht. Vertel gewoon wat er dit jaar gebeurde, in twee of drie zinnen per onderwerp, zonder dat er ergens een rijmwoord moet kloppen. Dat kost minder tijd dan het uren zoeken naar een woord op “-otter”, en de inhoud, de specifieke observatie, is toch het deel dat blijft hangen.
Waar het boek in past
Een sinterklaasgedicht is voor één avond. Het wordt voorgelezen, er wordt om gelachen, en de volgende ochtend ligt het meestal ergens in een la. Dat is niet erg, dat is precies de functie ervan.
Een gepersonaliseerd kinderboek met de naam van je kind doet iets anders: het legt niet één jaar vast in een grapje, maar een heel verhaal waarin het kind zelf de hoofdrol speelt, en dat blijft in de kast staan voor de jaren erna. Zoek je voor 5 december zelf nog een sinterklaascadeau met net wat meer inhoud dan speelgoed, dan is dat een logische aanvulling naast het gedicht in de schoen. En voor de kleinere cadeautjes zelf staan er originele ideeën voor in de schoen op een rij.

Het gaat niet om het rijm
Het beste sinterklaasgedicht dat ik ooit voorlas, rijmde niet perfect. Het klopte gewoon met wie het kind dat jaar was. Zoek dus niet eerst naar het rijmwoord en dan naar het kind erbij, zoals ik deed met “confetti”. Zoek eerst het moment, en laat het rijm daarna volgen, ook als het een keer niet helemaal lukt.