Waarom pakjesavond op 5 december is (en niet op 6)
De feestdag van Sint-Nicolaas is 6 december. Niet de vijfde. Toch zit half Nederland op de avond van de vijfde met een jutezak in de gang, en vrijwel niemand vraagt zich af waarom we het feest een dag te vroeg vieren.
Het antwoord is verrassender dan een kalenderweetje, want pakjesavond zoals jij hem kent is jonger dan je grootouders.

6 december is de eigenlijke dag
In de heiligenkalender van de katholieke kerk is 6 december de gedenkdag van Sint-Nicolaas, de bisschop van Myra. Zo’n gedenkdag is de sterfdag, niet de geboortedag. Het is dus geen verjaardag maar een herdenking, hoe vrolijk wij er ook van gemaakt hebben.
En op die dag werd het ook gevierd. Volgens het Meertens Instituut, het onderzoeksinstituut van de KNAW dat de Nederlandse volkscultuur documenteert, vonden Nederlandse kinderen tot na de Tweede Wereldoorlog hun cadeaus op de ochtend van 6 december.
Lees die zin nog eens. De pakjesavond die je als kind had, die je nu doorgeeft aan je eigen kinderen en die voelt alsof hij er altijd was, is van na 1945.
Waarom hij naar de avond ervoor schoof
De verklaring is een patroon dat je bij veel oude feesten ziet: de vooravond wordt onderdeel van het feest. Kerstavond hoort bij kerst, oudejaarsavond bij nieuwjaar. Bij Sint-Nicolaas werd de avond van de vijfde er zo langzaam bij getrokken, en uiteindelijk verdrong die de ochtend erna volledig.
Praktisch hielp het waarschijnlijk ook. Een avond met het hele gezin bij elkaar past beter in een werkweek dan een ochtend waarop iedereen naar school of naar de fabriek moet. Op een schoolochtend een zak cadeaus openmaken is haastwerk.
In België is die verschuiving nooit gebeurd. Daar zetten kinderen hun schoen en vinden ze de cadeaus op de ochtend van 6 december, precies zoals het hier vóór de oorlog ook ging. Dus als je ooit hoort dat de Belgen het “verkeerd” doen: zij doen het op de oude manier, wij zijn degenen die zijn opgeschoven.

De rest van de traditie komt uit één prentenboek
Als de datum al zo jong is, hoe zit het dan met de rest? Met de stoomboot, met Spanje, met de intocht?
Die komen grotendeels uit één kinderboek uit 1850.
De Amsterdamse schoolmeester Jan Schenkman schreef Sint Nikolaas en zijn knecht, volgens de Koninklijke Bibliotheek het eerste boek waarin Sinterklaas de hoofdrol speelt. Daarvóór kwam hij in boeken voor, maar altijd als bijfiguur.
In Schenkmans boek komt de Sint per stoomboot uit Spanje aan in Amsterdam, gevolgd door een plechtige optocht door de stad. Die stoomboot was in 1850 geen folklore maar juist hypermodern, zoiets als wanneer je nu een elektrische deelscooter in een kinderboek zet. Het boek werd steeds herdrukt, en wat één schoolmeester had bedacht groeide uit tot iets wat wij nu als eeuwenoude traditie beleven.
Dat is denk ik het echte antwoord op de vraag waarom wij op de vijfde vieren. Niet omdat het zo hoort, maar omdat tradities veel jonger en veel maakbaarder zijn dan ze voelen. Ze worden gevormd door gewoontes, door praktische bezwaren, en soms door één goed geïllustreerd boekje.
Wat je daar praktisch aan hebt
Twee dingen, en het tweede is de belangrijkste.
Vier je met Belgische familie, dan weet je nu waarom de planning wringt. Het is geen slordigheid maar een echt verschil: bij hen is de ochtend van de zesde het moment.
En als je het bij jullie thuis anders wilt doen, dan mag dat. Sommige gezinnen zetten de schoen op de ochtend van de zesde omdat de vijfde niet uitkomt. Dat is geen inbreuk op een eeuwenoude regel, want die regel is er nooit geweest. De vorm die jij kiest is precies zo geldig als de vorm die na de oorlog toevallig gewoon werd.

Wanneer dit weetje niet handig is
Eén waarschuwing, uit ervaring: dit is geen gespreksonderwerp voor aan tafel op 5 december zelf, met kinderen erbij die nog geloven.
“Eigenlijk is het morgen pas” is voor een volwassene een leuk feitje en voor een zesjarige een barst in het geheel. Kinderen die twijfelen, zoeken naar precies zulke haakjes. Bewaar het voor de kinderen die het al weten, of voor een gesprek zonder publiek.
Een traditie die je zelf maakt
Het aardige aan dit hele verhaal is niet dat we het “fout” doen. Het is dat vrijwel alles wat wij aan Sinterklaas oeroud vinden, ergens door iemand is bedacht en daarna gewoon is blijven hangen. De datum schoof op omdat het beter uitkwam. De stoomboot kwam uit een boek.
Dat betekent ook iets voor wat jij dit jaar doet. Het rare liedje dat alleen bij jullie wordt gezongen, de sok in plaats van de schoen, het zelf bakken van kruidnoten op een doordeweekse avond: dat is niet minder echt dan de stoomboot. Over dertig jaar is dat voor jouw kinderen precies wat Sinterklaas is.
Een kinderboek met de naam van je kind erin doet iets soortgelijks op kleine schaal. Schenkman zette een heel land in een verhaal; jij zet er één kind in. Zoek je daarnaast iets kleins voor de schoen, dan staan er verrassende schoencadeautjes op een rij.
Vier het op de vijfde. Of op de zesde. Het is jullie feest, en dat is het altijd geweest.