Wat geef je uit aan Sinterklaas? Er is geen norm
Ergens in november stelt vrijwel elke ouder zichzelf dezelfde vraag: geef ik te veel uit aan Sinterklaas? Of juist te weinig, vergeleken met de klas van mijn kind?
Ik ging op zoek naar het normbedrag. Dat bestaat niet. En dat is geen slordigheid van mij, maar het eigenlijke antwoord.

Het instituut dat overal een richtbedrag voor heeft, heeft er hier geen
Het Nibud is in Nederland de plek voor dit soort vragen. Ze publiceren richtbedragen voor zakgeld per leeftijd, voor kleedgeld, voor huishoudelijke uitgaven per gezinsgrootte. Als er íemand zou zeggen wat een sinterklaascadeau mag kosten, zijn zij het.
Ze doen het niet.
Wat het Nibud over Sinterklaas publiceert gaat over iets anders: hoe je kinderen in deze periode met geld leert omgaan, en hoe je voorkomt dat december je begroting sloopt. Advies over gedrag, niet over bedragen.
Dat is een keuze en geen omissie. Bij zakgeld kun je een bedrag koppelen aan leeftijd, want daar gaat het over leren omgaan met een vast inkomen. Bij een cadeau hangt alles af van wat een gezin kan missen, hoeveel kinderen er zijn, en of opa en oma ook meedoen. Een gemiddelde zou daar geen richting geven maar alleen een gevoel van tekortschieten.
De cijfers die wél rondgaan, en waarom ze botsen
Zoek je toch verder, dan kom je bedragen tegen die ver uit elkaar liggen. Rond de 134 euro. Rond de 113. Ongeveer 69 euro per kind.
Dat lijkt tegenstrijdig, maar dat komt vooral doordat er verschillende vragen gesteld worden. Let bij elk cijfer op drie dingen:
- Per wie? Per persoon, per huishouden of per kind. Dat scheelt zomaar een factor drie.
- Van plan of uitgegeven? De meeste peilingen vragen in oktober wat mensen dénken uit te geven. Dat is een voornemen, geen kassabon.
- Wie meet er? Vrijwel al deze cijfers komen van commerciële partijen met een belang bij het onderwerp, niet van het CBS.
Het best onderbouwde cijfer dat ik vond is het Feestdagenonderzoek: Nederlanders zijn van plan gemiddeld 134 euro aan sinterklaascadeaus uit te geven, het hoogste bedrag sinds die meting in 2017 begon. Let op dat “van plan”: het is de intentie in het najaar.

De spreiding is het echte verhaal
Interessanter dan het gemiddelde is hoe ver de uitersten uit elkaar liggen. In de peilingen die ik bekeek loopt het per kind uiteen van ongeveer tien euro tot een paar honderd, en zit een groot deel van de huishoudens onder de vijftig euro voor een cadeau.
Bij zo’n spreiding zegt het gemiddelde bijna niets. Als de helft onder de vijftig zit en een kleine groep er honderden doorheen jaagt, dan trekt die kleine groep het gemiddelde omhoog naar een bedrag dat vrijwel niemand daadwerkelijk uitgeeft.
Dat is precies het mechanisme waardoor je je te krap kunt voelen terwijl je gewoon in de grootste groep zit.
Wat je er praktisch mee kunt
Drie dingen die wél houvast geven, nu het normbedrag niet bestaat.
Reken per gelegenheid, niet per cadeau. Sinterklaas is geen los moment. Er zijn schoencadeautjes vanaf de intocht, er is het schoolfeest, en daarna komt kerst binnen drie weken. Een bedrag dat op zichzelf redelijk lijkt, kan in die optelsom flink oplopen.
Spreek het af met de andere gevers. Het gedoe ontstaat zelden bij het eigen budget maar bij het verschil tussen wat jij geeft en wat opa en oma geven. Eén telefoontje in oktober voorkomt dat het grote cadeau van jou wordt overschaduwd.
Kijk naar wat er in januari nog ligt. Dat is de eerlijkste maatstaf die ik ken en er bestaat geen tabel voor. Van het speelgoed van vorig jaar: wat wordt er nu nog gebruikt? Dat getal zegt meer over je volgende aankoop dan welk landelijk gemiddelde ook.

Wanneer dit soort cijfers juist schadelijk is
Eén waarschuwing. Als je krap zit, is het opzoeken van een landelijk gemiddelde ongeveer het slechtste wat je kunt doen.
Je vindt dan een bedrag dat niet over jou gaat, samengesteld uit gezinnen met een andere situatie, en je legt jezelf een norm op die zelfs het Nibud weigert te stellen. Het is bovendien een meting van voornemens uit een goede maand, niet van wat mensen zich daadwerkelijk konden veroorloven.
Kinderen tellen geen euro’s. Ze tellen momenten, en of ze aan de beurt waren.
Een cadeau dat later niet meer telt
Waar het bedrag wel toe doet, is in de verhouding tussen wat het kost en hoe lang het meegaat. Dat is geen morele opmerking maar een praktische: dezelfde dertig euro kan in maart vergeten zijn of dan nog steeds in de boekenkast staan.
Daarom is zelf kruidnoten bakken op een doordeweekse avond vaak meer waard dan het extra cadeau dat je erbij koopt. En daarom werkt een kinderboek met de naam van je kind erin anders dan speelgoed: het wordt niet minder leuk als het nieuwe eraf is, want het gaat over hem. Zoek je iets kleins voor in de schoen, dan staan er verrassende schoencadeautjes op een rij.
Er is geen normbedrag. Dat betekent ook dat je er niet onder kunt zitten.