Verlegen kind: waarom 'Spot aan!' niet voor iedereen hoeft
De Kinderboekenweek loopt dit jaar van 30 september tot en met 11 oktober, en het thema is Spot aan! Op school gaat het twee weken lang over optreden, toneel, zingen en voordragen. Kinderen voor Kinderen maakte er een lied bij, met tekst van Jacques Vriens. De CPNB vat het thema samen met een mooie zin: net als op het podium kun je in een boek zijn wie je maar wilt.
Voor een deel van de kinderen betekent die week vooral: vooraan moeten staan. Een verlegen kind hoort “Spot aan!” en denkt aan buikpijn. Dit stuk gaat over die kinderen: hoe vaak het voorkomt, wat onderzoek zegt over duwen en beschermen, en wat je in deze twee weken wel kunt doen.
Hoe gewoon het is
Verlegenheid is geen opvoedfout en ook geen fase die bij iedereen hetzelfde verloopt. De bekendste onderzoeker op dit gebied, Jerome Kagan van Harvard, sprak van gedragsinhibitie: een aangeboren neiging om bij iets nieuws eerst af te wachten. Naar schatting 15 tot 20 procent van de jonge kinderen heeft die neiging sterk, zo vatten Clauss en Blackford het in 2012 samen in een overzicht van het onderzoek.
In zijn beroemde studie uit 1988 in Science zag Kagan dat de meeste heel afwachtende tweejarigen op hun zevende nog steeds stil en terughoudend waren. Maar het vervolgonderzoek is geruststellender dan dat klinkt. In een later cohort bleef maar een klein deel van de kinderen op elke leeftijd consequent geremd (Kagan, Snidman en Arcus, 1998). En van de sterk geremde peuters kreeg twee derde op hun dertiende géén ernstige sociale angst (Schwartz, Snidman en Kagan, 1999).
Kagan zei het later zelf zo: een temperament voorspelt beter wat een kind waarschijnlijk níet wordt dan wat het wel wordt.
Verlegen is iets anders dan stil
Twee dingen worden vaak door elkaar gehaald. Een verlegen kind wil wel contact, maar vindt het eng. Een kind dat liever alleen speelt vindt dat gewoon fijn, en daar is niets mis mee. Psychologen Cheek en Buss lieten in 1981 al zien dat dit twee aparte eigenschappen zijn, en het overzichtsartikel van Rubin, Coplan en Bowker (2009) maakt hetzelfde onderscheid bij kinderen.

Het vaak geciteerde “een derde tot de helft van de mensen is introvert” komt uit het boek Quiet van Susan Cain, en is daar zelf een schatting, geen meting.
Nog een verrassing voor een week over optreden: podiumangst is weer iets anders. In de studie van Schwartz uit 1999 hadden de verlegen peuters als tiener niet vaker last van spanning bij optreden dan de rest. Een stil kind kan dus prima op een podium staan, en een druk kind kan er doodsbang voor zijn.
Wat averechts werkt
Er zijn twee reflexen, en onderzoek is over allebei kritisch.
Duwen. In een studie van Rubin, Burgess en Hastings (2002) voorspelde geremdheid bij peuters alleen meer teruggetrokken gedrag op vierjarige leeftijd als de moeder opdringerig of kleinerend reageerde. “Doe niet zo verlegen” in het bijzijn van anderen werkt dus niet, en spotten al helemaal niet.
Alles overnemen. Het omgekeerde, elke situatie voor je kind regelen en alles vermijden wat spannend is, laat een kind zonder eigen manieren om ermee om te gaan (Rubin en collega’s, 2009). Eerlijk is wel: een Nederlandse studie vond geen aanwijzing dat overbescherming de geremdheid in de loop van de tijd versterkte (Vreeke en collega’s, 2013). Het bewijs is deels een verband, en het werkt waarschijnlijk twee kanten op: een teruggetrokken kind lokt ook bescherming uit.

Wat wel helpt, juist deze twee weken
Wat onderzoek steeds terugvindt is een zachte middenweg: accepteren hoe je kind is, het wel aanmoedigen, en het kleine stapjes laten zetten. Een Australisch programma voor ouders van geremde kleuters, dat precies dat oefende, leidde jaren later tot minder angststoornissen (Rapee en collega’s, 2005 en 2010). Het temperament zelf veranderde niet, en dat was ook nooit het doel.
Concreet, voor de Kinderboekenweek:
- Vraag de leerkracht naar een rol achter de schermen: het licht, het decor, de volgorde bewaken. Dat is ook meedoen.
- Meedoen in de groep in plaats van een solo. Samen zingen is iets anders dan alleen voordragen.
- Oefen thuis, met de knuffels als publiek. Eén keer, niet elke avond.
- Prijs dat het geprobeerd is, niet hoe het ging.
- Laat weten dat niet willen mag. Juist die ruimte maakt het een volgende keer makkelijker.
Wanneer je hulp zoekt
Verlegen zijn is geen probleem. Het wordt dat pas als je kind er elke dag onder lijdt: niet naar school wil, op school helemaal niet praat terwijl het thuis honderduit vertelt, of vriendjes mist en daar verdrietig over is. Dan is de jeugdarts of de huisarts de eerste stap. Een Kinderboekenweek is daar niet de oorzaak van, maar kan het wel zichtbaar maken.

Past een boek waarin je kind de held is?
Wij maken boeken waarin het kind de hoofdpersoon is, dus we moeten hier eerlijk zijn. Voor sommige verlegen kinderen is dat te veel spotlight: hun eigen gezicht op elke pagina, hun naam steeds hardop. Als je kind snel doorbladert of vraagt of de naam anders mag, is dat een signaal om te respecteren. Meer daarover staat in ons stuk over wanneer een persoonlijk kinderboek niet past.
Voor andere verlegen kinderen werkt het juist andersom. Een boek is een podium zonder zaal: alleen jij en je kind, op de bank, en niemand die kijkt. Onderzoek naar hoe lezers zich inleven in een personage (Kaufman en Libby, 2012) is gedaan bij volwassenen, dus wat dat voor een kind met zijn eigen naam betekent weet niemand precies.
Wat we wel weten is welk verhaal we er dan niet bij willen geven. Daarom staat er bij onze verhalen om je kind de hoofdrol te geven speciaal voor deze Kinderboekenweek eentje over het kind dat absoluut niet wil optreden, maar achter de schermen het licht bedient en de avond redt. Het simpelste alternatief is overigens gratis: een prentenboek uit de bibliotheek over een kind dat iets eng vindt. Die staan deze weken vooraan, zoals we in ons stuk over de Kinderboekenweek thuis al schreven.
Uiteindelijk hoeft niet elk kind de spot aan. Soms is het mooiste wat je deze week kunt doen, de spot zetten op wat een kind vanaf de zijkant ziet.