Nationale Voorleesdagen: meedoen zonder dat het schoolt
Eind januari staan de bibliotheken vol kleuters, hangt er in de crèche een poster van hetzelfde prentenboek en komt er iemand bekend voorlezen op school. De Nationale Voorleesdagen zijn de tegenhanger van de Kinderboekenweek: die gaat over zelf lezen, deze over voorgelezen wórden, en dan vooral aan kinderen van nul tot zes.
In 2027 lopen ze van 20 tot en met 31 januari, en ze beginnen met het Nationale Voorleesontbijt op 20 januari (CPNB). Het Prentenboek van het Jaar 2027 is Kom maar, kipjes! van Hilde Peters, gekozen door een commissie van bibliothecarissen, boekverkopers en leerkrachten.

Waarom juist die leeftijd
De campagne mikt bewust op de jaren voordat een kind zelf leest. Dat is de periode waarin voorlezen het meeste doet en waarin het tegelijk het makkelijkst overslaat: een baby luistert nog niet echt, een peuter zit niet stil, en een kleuter krijgt op school toch al boeken.
Het aardige van één landelijk prentenboek is dat het gesprek erover ergens over gaat. Je kind hoort hetzelfde verhaal op de opvang, in de bibliotheek en thuis, en juist die herhaling is bij jonge kinderen geen sleur maar de bedoeling: bekende verhalen geven ze de kans om mee te doen in plaats van alleen te luisteren.
Meedoen zonder dat het een schoolopdracht wordt
Het risico van een landelijke campagne is dat voorlezen verandert in huiswerk. Een paar dingen die dat voorkomen:
- Sluit aan bij wat er toch al gebeurt. Lees in die twee weken op hetzelfde moment als anders, alleen misschien iets bewuster. Een extra ritueel is meestal het eerste dat sneuvelt.
- Ga naar de bibliotheek in plaats van naar de boekwinkel. Bijna elke bibliotheek doet mee met voorleesochtenden, en voor peuters is het gratis. Het Prentenboek van het Jaar ligt er in meerdere exemplaren.
- Lees hetzelfde boek vaker. Bij peuters werkt herhaling beter dan afwisseling: ze gaan meepraten, de zin afmaken, de bladzijde omslaan.
- Laat het kind kiezen. Ook als dat voor de vierde avond op rij hetzelfde boek is. Kiezen is een groot deel van het plezier.

Praten in plaats van voorlezen
Bij de jongste kinderen levert praten over het boek meer op dan netjes de tekst voorlezen: vragen wat er gebeurt, laten voorspellen, iets aanwijzen. Dat heet dialogisch voorlezen, en het is de reden dat een prentenboek van tien bladzijden een kwartier kan duren. Hoe je dat aanpakt zonder dat het een overhoring wordt, staat in ons stuk over interactief voorlezen.
Wanneer voorlezen niet de vorm is
Niet elk kind wil stilzitten op schoot. Sommige peuters luisteren beter terwijl ze met iets in hun handen bezig zijn, en sommige kinderen hebben meer aan vertellen dan aan voorlezen: een verhaal uit je hoofd, over toen jij klein was, houdt hun aandacht vaak langer vast dan een boek.
En als voorlezen bij jullie elke avond een strijd is, is het eerlijker om het moment te verplaatsen dan het vol te houden. Zaterdagochtend na het ontbijt werkt in veel gezinnen beter dan een overvolle bedtijd.
Zonder iets te kopen
De Voorleesdagen kosten niets. De bibliotheek heeft de boeken, de opvang doet mee, en het voorleesontbijt is een schoolactiviteit. Wil je thuis iets toevoegen, dan is het goedkoopste ook het leukste: maak samen een verhaal over de dag van gisteren, met je kind als hoofdpersoon en de hond als bijfiguur. Kinderen van drie vinden dat wekenlang grappig.

Als het kind zelf in het boek staat
Voor kinderen die net hun eigen naam herkennen is er nog een stap: een boekje waarin die naam in het verhaal staat. Dat is geen vervanging van het Prentenboek van het Jaar, maar het werkt op een ander moment: als het kind wil dat het verhaal over hém gaat. Op onze pagina over het voorleesboek met de naam van je kind staan verhaallijnen die bewust rustig eindigen, zodat het boekje de avond afsluit in plaats van openbreekt.
Voor het najaar is er de andere landelijke week: in ons stuk over de Kinderboekenweek staat wat die wél doet en wat niet.
Wat blijft
Twee weken campagne veranderen geen leesgewoonte. Wat ze wel doen, is het gesprek even gelijktrekken: iedereen leest hetzelfde boek, de bibliotheek staat open en er is een aanleiding om ergens mee te beginnen. Wat daarna telt, zijn de avonden waarop er geen poster hangt.