Sinterklaas op tv in 2026: vier programma's, één verhaal
Vanaf maandag 9 november staan er voor het eerst twee dagelijkse sinterklaasprogramma’s tegenover elkaar, met tien minuten ertussen, op twee verschillende zenders. Vorige week kwam daar een derde bij die nog geen datum heeft. De vraag die ouders daarbij stellen gaat zelden over welk programma het beste is. Hij gaat over of hun kind er niet van in de war raakt.

Wat er dit najaar te zien is
Vier dingen, en het helpt om ze uit elkaar te houden.
Het Sinterklaasjournaal (NTR). Vanaf maandag 9 november elke dag om 18.00 uur op NPO 3, tien minuten per aflevering, gepresenteerd door Merel Westrik. Dit is het programma met de verhaallijn, en die loopt dit jaar naar de landelijke intocht in Grave op zaterdag 14 november, live vanaf 12.00 uur op NPO 3. Wie er dit jaar in het pak zit, is na het vertrek van Stefan de Walle nog altijd niet bekendgemaakt.
Speculasies (NTR). De zaterdagse voor- en nabeschouwing, vanaf 7 november om 18.10 uur op NPO 3. Thomas van Luyn bespreekt met verzonnen deskundigen aan tafel, onder wie een journalist, een sinterklaaskenner en een tv-dokter, wat er die week in het Sinterklaasjournaal gebeurde. Bestaat sinds 2023, in seizoenen van vier afleveringen.
Het Sinterklaasjournaal EXTRA (NTR). Nieuw. De omroep bevestigde op 20 september 2026 dat er naast het Sinterklaasjournaal een tweede sinterklaasserie komt, voor NPO Start. Wanneer die te zien is en wat erin gebeurt, wordt “later bekendgemaakt”. Meer is er op dit moment niet, en dat is waarschijnlijk met opzet.
Pietentijd (RTL). Ook nieuw, en de opvallendste van de vier: vanaf maandag 9 november elke dag om 18.10 uur op RTL 4 en Videoland, dus precies aansluitend op het Sinterklaasjournaal. Partypiet Pablo en Kim Kado ontvangen gasten, Robert ten Brink speelt de adviseur van Sinterklaas, en het geheel komt voort uit De Grote Sinterklaasfilm-reeks (Broadcast Magazine).
Spreken die twee elkaar niet tegen?
Dat is de echte vraag, en het antwoord is technischer dan je zou verwachten. RTL heeft het probleem omzeild door geen verhaal te maken.
Ten Brink zegt het zelf over Pietentijd: “Er zit geen verhaallijn in, want het zijn vragen van kinderen die worden behandeld.” Vragen als hoe oud Sinterklaas is, en wat er gebeurt als er niet genoeg cadeaus zijn.
Dat is een keuze met gevolgen. Het Sinterklaasjournaal vertelt wát er gebeurt; Pietentijd vertelt hóe het zit. Twee programma’s die allebei een pakjesboot kwijtraken zouden elkaar onvermijdelijk tegenspreken. Een programma dat vragen beantwoordt kan naast een programma met een plot staan zonder dat er iets botst.
De tweede voorzorg is nog aardiger. Bij beide zenders is de bekende man niet Sinterklaas maar zijn adviseur. Bij de NTR is dat een constructie die al vijfentwintig jaar meegaat: Stefan de Walle was officieel “adviseur van de landelijke Sint”, geen acteur die hem speelde. Bij RTL is Ten Brink dat eveneens. Geen van de vier programma’s claimt de echte Sint in huis te hebben. Hij blijft buiten beeld, en precies daarom kunnen ze naast elkaar bestaan.

Kinderen kunnen dit beter dan volwassenen denken
Hierover bestaat onderzoek, al gaat het strikt genomen over iets anders.
Skolnick en Bloom (2006, Cognition) legden 24 kinderen van vier tot zes jaar en 24 volwassenen vragen voor over bekende fictieve figuren. Is Batman echt? Denkt Batman dat Robin echt is? Denkt Batman dat SpongeBob echt is? De kinderen antwoordden grotendeels zoals de volwassenen. Ze gooiden verzonnen figuren niet op één hoop, maar hielden de werelden uit elkaar: Batman kan met Robin praten en niet met SpongeBob (Yale Mind and Development Lab).
Bloom trok daar een stevige conclusie uit: bepaalde feiten over hoe fictie werkt, worden niet aangeleerd, maar zijn een natuurlijk bijproduct van hoe de menselijke verbeelding in elkaar zit. Verhaalwerelden scheiden is geen vaardigheid die kinderen zich eigen moeten maken. Die zit er al in.
Maar de beperking is echt, en die hoort erbij. Dat onderzoek gaat over figuren waarvan kinderen wéten dat ze verzonnen zijn. Sinterklaas is voor een gelovend kind geen Batman maar een bestaand persoon, en dat is een andere categorie. Onderzoek naar kinderen die twee versies zien van iemand in wie ze wél geloven, heb ik niet kunnen vinden. Wat je uit Skolnick en Bloom mag halen is dus dat het mechanisme aanwezig is, niet dat het hier vanzelf zijn werk doet.
Wat kinderen in de praktijk wel opvalt is een tegenstrijdigheid bínnen één verhaal: de boot die maandag in de haven lag en dinsdag ineens op zee is. Dat het op twee zenders tegelijk over Sinterklaas gaat, is voor hen niet vreemder dan twee winkelstraten met elk een Sint.
Wanneer je hier beter niets mee doet
- Onder de vier jaar. Hier valt niets uit te leggen, en twintig minuten sinterklaas-tv op het drukste uur van de dag is vooral veel prikkels vlak voor bedtijd. Eén programma is genoeg, of geen.
- Bij een kind dat begint te twijfelen. Twee versies naast elkaar leggen levert precies het bewijsmateriaal op waar zo’n kind naar op zoek is. Zet ze niet allebei aan om vervolgens te vragen wat het ervan vindt.
- Bij kinderen die gevoelig zijn voor spanning. Het Sinterklaasjournaal leeft van een probleem dat dagenlang niet opgelost wordt. Twee programma’s betekent twee keer per avond bijtanken op diezelfde spanning.

Je mag ook gewoon kiezen
Er is niets aan het sinterklaasverhaal dat pas compleet wordt door meer schermtijd. Eén dagelijks programma plus de zaterdagse terugblik vult de weken tot 5 december ruimschoots. Wil je het rustiger houden, dan is de bibliotheek het goedkoopste alternatief dat er is: elk najaar staat daar een tafel vol sinterklaasboeken, en bij dezelfde hoeveelheid tijd levert samen lezen meer op dan samen kijken.
Het verhaal wordt thuis afgemaakt
Wat dit najaar vooral laat zien, is hoe voorzichtig alle partijen om de kern heen lopen. Vier programma’s, en niet één dat zegt: hier is hij. Allemaal adviseurs, verslaggevers en vragenbeantwoorders. De Sint zelf blijft een lege plek, en die wordt ergens anders ingevuld.
Dat gebeurt aan de keukentafel. De televisie levert de gebeurtenissen; wat ze betekenen voor jouw kind bepaal jij, met de naam van je kind erin en de details die alleen jullie kennen. En als het verhaal thuis wordt afgemaakt, is er weinig reden waarom je kind er alleen maar naar zou kijken. In een sinterklaasverhaal met je kind in de hoofdrol zit het er zelf middenin, en in een kinderboek met de naam van je kind staat dat na 5 december nog steeds in de kast.

Over tien jaar weet je kind niet meer op welke zender het welk programma zag. Wat blijft hangen is wie er thuis vertelde dat de boot toch nog op tijd kwam.